De door mij bewonderde 'jonge denkers' Rutger Bregman en zijn mede presentator Jesse Frederik maken mooie podcasts. Maar het boek van Bregman klopt niet. Ik was dan ook blij dat Mark van Vught in enkele regels de essentie van de menselijke geest uit de doeken deed: Zie het geel gemarkeerde deel. Het komt hier op neer: Als belangrijk overlevings-mechanisme heeft de mens het instinct om van ieder persoon die hij tegen komt te bepalen of die in potentie 'gevaarlijk' is of 'behulpzaam'. Alle mensen die tot onze eigen groep behoren (gezin , dorp, stam, provincie, land, hoofdras, werelddeel) worden beschouwd als 'behulpzaam' in geval we worden bedreigd. Hoe verder 'verwijderd', hoe eerder ze als bedreigend worden gezien. In elke setting wordt dit opnieuw bepaald. Het opmerkelijke is dat precies dezelfde mensen de ene keer als 'bedreigend' worden gezien, en in een andere setting als 'behulpzaam'. Enkele voorbeelden. Als ik Mohammed en Ali op een avond tegen kom in mijn stad, zal ik hen als'bedreigend' ervaren, omdat ik zie en hoor dat ze een andere cultuur en oorsprong hebben dan ik. Maar als ik diezelfde twee in Marrakech tegen kom en met Rotterdamse tongval hoor spreken, zal ik ze als 'behulpzaam' ervaren, want ze kunnen mij wellicht helpen in deze totaal vreemde omgeving. === Broers zullen soms in felle competitie met elkaar zijn. Tot iemand van een andere familie vijandigheid toont. Dan zullen beide broers elkaar weer als 'behulpzaam' ( als 'ingroup') gaan beschouwen.
OPINIE: DE GOEDHEID VAN DE MENS
De meeste mensen deugen? En die 90 duizend
geweldslachtoffers dan?
Professor evolutionaire psychologie Mark van Vugt vindt dat
er ‘wel wat valt af te dingen’ op de gedachte dat de meeste mensen deugen,
zoals voorgesteld door Rutger Bregman. ‘Het positieve mensbeeld van Bregmans
boek is niet houdbaar als je kijkt naar de politieke realiteit.’
Mark van Vugt 27 december 2019, 12:02
In 2019 werden naar schatting 90 duizend mensen het
slachtoffer van georganiseerd geweld in Afghanistan, Mexico, Jemen en Syrië.
Tel daar nog het aantal doden bij op van de andere 36 gewapende conflicten die
op dit moment ergens op aarde worden uitgevochten en het is om moedeloos van te
worden.
Advertentie van Stedelijk Museum Breda
Bekijk de tentoonstelling 'de heks van Dongen' in Stedelijk
Museum Breda
Hoe valt deze agressie te rijmen met het positieve mensbeeld
dat Rutger Bregman ons voorschotelt in zijn bestseller De meeste mensen deugen
(DMD)? De mens is volgens Bregman geëvolueerd om vriendelijk te zijn – Homo
puppy – omdat dit de meeste kans gaf op overleven en nageslacht; oftewel
survival of the friendliest.
Landbouw
Het vlot geschreven boek ondersteunt deze stelling met
interessante anekdoten en wetenschappelijke inzichten. Waar ging het dan mis
met Homo Sapiens? Bregman legt de schuld bij de landbouwrevolutie. Daarvoor
leefde de mens als jager-verzamelaar in min of meer paradijselijke
omstandigheden met een overvloed aan voedsel, vrijheid en ruimte.
De landbouw maakte daar een eind aan. De mens ging zich
vestigen, moest hard werken om bezittingen te vergaren en nog harder werken om
deze te behouden. Met deze transitie verloor de mens zijn onschuld. Het gevolg:
diefstal, moord, oorlog en armoede.
Met deze opvatting over de mens verwerpt Bregman het
mensbeeld van filosoof Hobbes en omarmt hij dat van Rousseau: ‘De eerste
persoon die, nadat hij een stuk land had ingesloten, het in zijn hoofd kreeg om
te zeggen dat dit van mij was en mensen vond die eenvoudig genoeg waren om te
geloven dat hij de ware oprichter van de maatschappelijke beschaving was. Welke
misdaden, oorlogen, moorden, welke ellende en verschrikkingen zou het menselijk
ras zijn gespaard, had iemand de moed getoond om tegen zijn medemensen te
roepen: ‘Luister niet naar deze bedrieger.’’
Bonobo
De gedachte is aantrekkelijk: de mens is gecorrumpeerd door
de moderne beschaving. Die vinden we ook in Harari’s Sapiens (2014) en Mismatch
(2016) van Ronald Giphart en mijzelf. Toch valt er wel wat af te dingen op de
bewijzen die Bregman daarvoor aandraagt.
Allereerst deelt de mens een gemeenschappelijke voorouder
met de chimpansee en de bonobo en is het aannemelijk dat ons karakter een mix
is van eigenschappen van deze soorten. Net als de bonobo zijn we tolerant naar
onze eigen groepsleden en net als de chimpansee zijn we argwanend en soms
gewelddadig naar leden van andere groepen.
Ook gaat Bregman selectief te werk in de bespreking van
antropologisch onderzoek. Hij schuift het gedegen onderzoek van Pinker en
Chagnon naar geweld bij jager-verzamelaars terzijde, terwijl er
wetenschappelijke consensus is dat onze oerouders verre van vredelievend waren.
En al helemaal niet duurzaam – ze waren simpelweg met te weinig om ecologische
rampen te veroorzaken.
Groepsvorming
Voorts heeft hij onvoldoende aandacht voor het
neurowetenschappelijke onderzoek naar groepsvorming. Studie na studie laat zien
dat mensen vrijwel automatisch iemand categoriseren als lid van de eigen groep
of andere groep en daar direct consequenties aan verbinden: Eigen groepsleden
worden bevoordeeld en leden van ‘outgroepen’ worden stelselmatig
gediscrimineerd.
Mensen vinden het lastig om empathie te tonen voor mensen
die er anders uit zien of zich anders gedragen en dat zien we terug in het
brein.
Tenslotte lijkt het positieve mensbeeld van het boek niet
houdbaar als we kijken naar de politieke realiteit. Agressie en geweld tussen
groepen kosten jaarlijks vele slachtoffers, ook in Nederland. Ook hebben
burgers weinig aarzeling om een agressieve, autoritaire ‘eigen volk
eerst’-leider aan de macht te helpen als men dat nodig vindt.
Als we daadwerkelijk de wereld willen veranderen moeten we
deze oncomfortabele waarheden onder ogen zien. Bregman himself is het daarmee
waarschijnlijk eens: zijn intellectuele held is Bertrand Russell.
De mens is van nature niet goed of slecht, dat is veel te
simpel. We zijn, afhankelijk van de omstandigheden, tot veel goeds en slechts
in staat. Dat "De meeste mensen deugen" de nadruk op de positieve kanten van de
mens legt en aandacht vraagt voor de negatieve effecten van de moderne
samenleving (oorlog, armoede, sociale ongelijkheid) is prijzenswaardig, maar
vanuit wetenschappelijk oogpunt toch echt te naïef.
=================================
Mark van Vugt, professor in de evolutionaire psychologie en
organisatiepsychologie, Vrije Universiteit Amsterdam en Universiteit van
Oxford.
Ik wist niet dat Joost Niemöller ook bij Weltschmerz had gezeten. Ook wist ik niet dat Sven Hulleman was weggestuurd. Ik moet wel zeggen dat Sven soms iets te vrij associeert voor kanaal Weltschmerz. Daarom is het goed dat Sven nu zijn eigen kanaal heeft waar hij wisselend van kwaliteit is: dat hangt meer van de kijker af dan van Hulleman. Laat ik het zo zeggen: De 40% waarin Sven raak schiet (volgens mij) is hij zeer relevant. Ik denk dat Hans Moll is weg gestuurd omdat hij niet goed genoeg was. Weltschmerz is een 'Limited Hangout': geen kwaad woord over de joden. Zodra er wel iets kritisch komt, bewegen ze Hemel en Aarde om te zorgen dat Von Kreyfelt in de toekomst 'die kant niet meer op gaaat' omdat het te vermoeiend is. De bekende strategie. Zoals Gilad Atzmon zegt: De joodse macht en invloed is overweldigend. Maar het duidelijkst zie je hem in het feit dat die Joodse Macht totaal niet mag worden benoemd. ( Zelfs Jeruzalem Post schrijft dat het joodse politici zijn die de Impeachment campagne drijven. Maar in het Westen kan niemand dat schrijven of uitspreken. Behalve TruNews. Vanaf min 30 ongeveer)
Café Weltschmerz biedt systeemkritiek en soms een complottheorie
Online zender Aspirant-omroep Ongehoord Nederland maakt ruimte voor mensen die het gevestigde denken uitdagen. Op YouTube doet het kanaal Café Weltschmerz dat al vijf jaar, en met succes. Maar de radicale opvattingen leiden wel af en toe tot ingrepen en ontslagen.
Eva Vlaardingerbroek (FvD) vertelt aan presentator Peter Vlemmix (nu bij ON) hoe het is om als jonge vrouw uitgesproken rechts te zijn.Beeld Café Weltschmerz
De benodigde 50.000 leden voor aspirant-omroep Ongehoord Nederland (ON) zijn binnen. Maar er bestaat al veel langer een mediakanaal dat ‘ongehoorden’ een platform wil bieden. Bij Café Weltschmerz komen sinds 2014 ‘dwarsdenkende deskundigen’ aan het woord over controversiële thema’s als klimaatverandering, de MH17-ramp en de rol van Israël in het Midden-Oosten. Weltschmerz-oprichter Max von Kreyfelt hoopt dat ON het kanaliseren van woede onder de ‘boze burger’ deels overneemt. Weltschmerz wil zich meer gaan richten op „oplossingen voor de samenleving”.
Diverse initiatiefnemers van ON hebben een verleden bij Weltschmerz. Zo werd publicist Joost Niemöller er twee jaar geleden als interviewer de laan uitgestuurd. Aanleiding was zijn omstreden Twittergedrag. Hij twitterde onder meer over ‘zwartjes’, IQ-verschillen tussen etnische groepen en een verband tussen intelligentie en schedelomvang. Interviewer Hans Moll, die ook tot de ON-initiatiefnemers behoort en lang redacteur van NRC was, interviewde ook voor Café Weltschmerz. ON-oprichter en journalist Arnold Karskens was ook bij Weltschmerz te zien, net als documentairemaker Peter Vlemmix die zich nu inzet voor ON.
Broedplaats voor tegenspraak
„Café Weltschmerz is een soort broedplaats voor tegenspraak gebleken”, zegt Von Kreyfelt tijdens een gesprek in een Amsterdams hotel waar hij zijn gasten ontvangt. „Thierry Baudet heeft ons gebruikt om de stap te kunnen maken met zijn Forum voor Democratie.” Baudet interviewde gasten bij Weltschmerz voordat Forum een politieke partij werd.
Voormalig beeldend kunstenaar Von Kreyfelt richtte Café Weltschmerz zes jaar geleden op uit onvrede over de vermeende onkritische houding van de journalistiek tijdens de financiële crisis. Kenmerkend voor de Weltschmerz-interviews zijn de twee felle lampen in een donkere studio, waaronder de gesprekken worden opgenomen. De interviews kunnen wel anderhalf uur duren en worden op YouTube vaak tienduizenden keren aangeklikt.
De publieke omroep sluit kritische stemmen volgens Von Kreyfelt systematisch uit. Hij doelt op mensen die bij Weltschmerz wel veelvuldig aan het woord komen, zoals de oud-hoogleraren Karel van Wolferen en Kees van der Pijl, voormalig ‘poldersalafist’ en moslim Dennis Honing, jurist Sven Hulleman en psychiater Esther van Fenema.
Van Wolferen en Van der Pijl zijn uitermate kritisch op Israël, het door Nederland geleide onderzoek naar de MH17-ramp en de manier waarop de NAVO Rusland behandelt. Honing schuwt stevige kritiek op mede-moslims niet. Hulleman heeft het vooral voorzien op bankiers, terwijl Van Fenema het Nederlandse zorgstelstel wil hervormen en daarvoor de politieke partij BeterNL oprichtte.
Studio nabij Binnenhof
Woede in de samenleving over immigratie, de EU en dure klimaatmaatregelen kan volgens Von Kreyfelt straks door ON worden vertolkt. Vanwege de beperkte zendtijd bij de publieke omroep verwacht hij dat ON met het opgehaalde donateursgeld straks ook online gaat uitzenden. Weltschmerz zelf begint in januari vanuit een pand in Den Haag, met uitzicht op de Hofvijfer, met uitzendingen waarin naar oplossingen voor maatschappelijke problemen wordt gezocht. Von Kreyfelt werkt hierbij samen met De Publieke Zaak, een initiatief om maatschappelijke vernieuwing te stimuleren.
„We zitten naast het Binnenhof, dus we kunnen de verantwoordelijke politici zo in de uitzending halen”, zegt Von Kreyfelt. Hij geeft het voorbeeld van de recente toeslagenaffaire, waarbij de Belastingdienst onterecht kinderopvangtoeslag voor gezinnen stopte. „Wij zijn dan heel snel in staat om de bewindspersoon in de studio met getroffen burgers te confronteren.” De reguliere Weltschmerz-uitzendingen vanuit Amsterdam gaan daarnaast gewoon door.
MH17 en 9/11
Onder leiding van oud-hoogleraar Internationale Communicatie Cees Hamelink is een Raad van Advies opgericht. Daar kunnen mensen terecht die zich beklagen over desinformatie die bij Café Weltschmerz wordt verspreid. Zo vertellen Van der Pijl en Van Wolferen voor de Weltschmerz-camera’s verhalen over de MH17-ramp die aantoonbaar onjuist zijn. Burgerjournalist Marcel van den Berg besteedt er op zijn blog ‘Whathappenedtoflightmh17’ regelmatig aandacht aan.
De officiële toedracht van de ramp met de Twin Towers in New York wordt bij Weltschmerz ook betwist. Von Kreyfelt wil complottheorieën hierover niet meteen terzijde schuiven. „In negen van de tien gevallen klopt het officiële verhaal niet”, stelt hij. Naast het verspreiden van complottheorieën wordt Weltschmerz regelmatig beschuldigd van antisemitisme. Volgens hoogleraar Van der Pijl is de Israëlische geheime dienst Mossad verantwoordelijk voor 9/11. Toen hij bij Weltschmerz zei dat Israël het enige land is dat weg komt met genocide, vanwege de behandeling van de Palestijnen, sloeg volgens Von Kreyfelt „de hele joodse samenleving op tilt”.
In dat soort gevallen vraagt Von Kreyfelt advies bij oud-defensieminister Hans Hillen (CDA). „Ik heb Hans Hillen gebeld en gevraagd; wat moet ik doen? Ik heb ook Rob Oudkerk (oud-Kamerlid en wethouder in Amsterdam, red) gebeld en Esther van Fenema. Allemaal zeiden ze; geef ze aandacht.” Daarop ging Von Kreyfelt uit eten met Hanna Luden van het Centrum Informatie en Documentatie Israël. Zij werd vervolgens door Oudkerk geïnterviewd voor Weltschmerz.
Een enkele keer desinformatie
Radicale geluiden leiden bij Weltschmerz vaker tot problemen. In een recente column haalt Sven Hulleman hard uit naar de NOS, omdat ook hij de officiële toedracht van 9/11 en MH17 niet gelooft. „Het is oorlog en uw vijand heeft net zoals ik een das voor, maar die zit bij de NOS, en die zit tegen u te liegen”, zei Hulleman. De jurist blijkt mede vanwege deze column te zijn weggestuurd door Von Kreyfelt. Schrijver Peter Stuivenberg mocht bij Weltschmerz aanschuiven, nadat al bekend was geworden dat Mein Kampf te downloaden was geweest op zijn website. „Een foutje”, noemt Von Kreyfelt de uitnodiging aan Stuivenberg.
Dit soort voorvallen doen Von Kreyfelt niet twijfelen aan het belang van zijn platform. „Er moet een plek zijn waar dingen gezegd kunnen worden. Bovendien bestaat 99 procent van ons werk niet uit complotdenken, maar uit systeemkritiek op de democratie, de zorg, het geldstelsel en andere onderwerpen.”
CDA-prominent Hans Hillen, tegenwoordig voorzitter van de lobbyclub voor de defensie-industrie NIDV, valt Von Kreyfelt bij. „We noemen ons systeem een democratie, maar de dwangneurose naar politiek correct denken is gigantisch. Als je niet vega eet, of van Zwarte Piet houdt, dan buitelt iedereen over je heen”, zegt Hillen. Dat er via Café Weltschmerz complottheorieën worden verspreid neemt de oud-minister van Defensie op de koop toe. „Wat is erger? Een enkele keer desinformatie, of een voortdurende screening op politiek correct denken?”
Correctie (20 december 2019): In een eerdere versie van dit stuk stond dat Hans Moll moest vertrekken bij Café Weltschmerz omdat zijn interviews tegenvielen. Hij ontkent die lezing en stelt zelf te zijn vertrokken. Dat is hierboven aangepast. Moll zegt te zijn vertrokken vanwege antisemitische complottheorieën die Café Weltschmerz zou verspreiden.
De 'Swiss propaganda Research' heeft het heel duidelijk op een rijtje gezet.
Hieronder de Nederlandse vertaling van de mij onbekende Henk Mutsaers..
Op de originele Zwitserse website wordt er nog een case study toegevoegd die aan toont dat 9 grote Media in de duits sprekende landen voor heen heel erg groot deel over nemen wat de Persbureau's verspreiden.
Van de 45 berichten over 'Rusland-Syrië' was er één kritisch op Het Westen !
Hoe Wereldwijde Nieuws Agentschappen en de Westerse Media Reporteren over Geopolitiek
Bron artikel the OFF Guardian: The Propaganda Multiplier Door: This study by Swiss Propaganda Research was first published in 2016, it is presented here in English for the first time. Translated by Terje Maloy.
Daarom moet je jezelf altijd afvragen: waarom krijg ik deze specifieke informatie in deze specifieke vorm op dit moment? Uiteindelijk gaat het altijd om machtsvragen. “
Dr. Konrad Hummler, Zwitsers bank- en mediabureau
Bron: Swiss Propaganda Research
Het is een van de belangrijkste aspecten van ons mediasysteem – en toch nauwelijks bekend bij het publiek: de meeste internationale berichtgeving in westerse media wordt verzorgd door slechts drie internationale persbureaus in New York, Londen en Parijs.
De sleutelrol die deze bureaus spelen, betekent dat westerse media vaak over dezelfde onderwerpen rapporteren, zelfs met dezelfde formulering. Daarnaast gebruiken regeringen, militaire en inlichtingendiensten deze wereldwijde persbureaus als multipliers om hun berichten over de hele wereld te verspreiden.
Een onderzoek naar de berichtgeving over de oorlog in Syrië door negen toonaangevende Europese kranten illustreert deze kwesties duidelijk: 78% van alle artikelen was geheel of gedeeltelijk gebaseerd op rapporten van bureaus, maar 0% op onderzoek. Bovendien was 82% van alle opiniestukken en interviews voor de interventie van de VS en de NAVO, terwijl propaganda uitsluitend aan de andere kant werd toegeschreven.
INTRODUCTIE: “IETS VREEMD”
“Hoe weet de krant wat het weet?” Het antwoord op deze vraag zal waarschijnlijk enkele krantenlezers verrassen:
De belangrijkste bron van informatie zijn verhalen van persbureaus. De bijna anoniem opererende persbureaus zijn in zekere zin de sleutel tot wereldgebeurtenissen. Dus wat zijn de namen van deze agentschappen, hoe werken ze en wie financiert ze? Om te beoordelen hoe goed iemand is geïnformeerd over gebeurtenissen in Oost en West, zou men de antwoorden op deze vragen moeten kennen. “ Höhne 1977, p.11
Een Zwitserse media-onderzoeker wijst op:
De persbureaus zijn de belangrijkste leveranciers van materiaal voor massamedia. Geen enkele dagelijkse media-outlet kan zonder hen … .Ook de nieuwsagentschappen beïnvloeden ons beeld van de wereld; we leren vooral wat ze hebben geselecteerd. “ Blum 1995, p.9
Gezien het essentiële belang ervan, is het des te verbazingwekkender dat deze agentschappen nauwelijks bekend zijn bij het publiek:
Een groot deel van de samenleving is zich er niet van bewust dat er al nieuwsagentschappen bestaan … Ze spelen zelfs een enorm belangrijke rol op de mediamarkt. Maar ondanks dit grote belang, is er in het verleden weinig aandacht aan besteed. “ Schulten-Jaspers 2013, p.13
Zelfs het hoofd van een persbureau merkte op:
Er is iets vreemds aan persbureaus. Ze zijn weinig bekend bij het publiek. In tegenstelling tot een krant staat hun activiteit niet zozeer in de schijnwerpers, maar ze kunnen altijd worden gevonden aan de bron van het verhaal. “ Segbers 2007, p.9
“HET ONZICHTBARE ZENUWCENTRUM VAN HET MEDIA-SYSTEEM”
Dus wat zijn de namen van deze persbureaus die “altijd de bron van het verhaal zijn”? Er zijn nu nog maar drie internationale agentschappen over:
The American Associated Press (AP) met meer dan 4000 werknemers wereldwijd. De AP is eigendom van Amerikaanse mediabedrijven en heeft haar hoofdredactiekantoor in New York. AP-nieuws wordt gebruikt door ongeveer 12.000 internationale mediakanalen, die elke dag meer dan de helft van de wereldbevolking bereiken.
De semi-overheids Franse Agence France-Presse (AFP) met hoofdzetel in Parijs en met ongeveer 4000 werknemers. De AFP stuurt dagelijks meer dan 3000 verhalen en foto’s naar media over de hele wereld.
Het Britse agentschap Reuters in Londen, dat een privébezit is en werk biedt aan iets meer dan 3000 mensen. Reuters werd in 2008 overgenomen door de Canadese media-ondernemer Thomson – een van de 25 rijkste mensen ter wereld – fuseerde tot Thomson Reuters, met het hoofdkantoor in New York.
Bovendien hebben veel landen hun eigen persbureaus. Als het echter om internationaal nieuws gaat, vertrouwen deze meestal op de drie internationale agentschappen en kopiëren en vertalen ze eenvoudig hun rapporten.
De drie wereldwijde persbureaus Reuters, AFP en AP, en de drie nationale agentschappen van de Duitstalige landen van Oostenrijk (APA), Duitsland (DPA) en Zwitserland (SDA).
Wolfgang Vyslozil, voormalig directeur van de Oostenrijkse APA, beschreef de belangrijkste rol van persbureaus met deze woorden:
Persbureaus zijn zelden in de publiciteit. Toch zijn ze een van de meest invloedrijke en tegelijkertijd een van de minst bekende mediasoorten. Het zijn belangrijke instellingen van wezenlijk belang voor elk mediasysteem. Ze zijn het onzichtbare zenuwcentrum dat alle delen van dit systeem verbindt. “ Segbers 2007, p.10
KLEINE AFKORTING, GROOT EFFECT
Er is echter een simpele reden waarom de wereldwijde agentschappen, ondanks hun belang, vrijwel onbekend zijn bij het grote publiek. Om een Zwitserse media-professor aan te halen:
Radio en televisie noemen hun bronnen meestal niet, en alleen specialisten kunnen referenties in tijdschriften ontcijferen. “ Blum 1995, p.9
Het motief voor deze discretie moet echter duidelijk zijn: nieuwsuitzendingen zijn er niet bijzonder op gebrand om lezers te laten weten dat zij de meeste van hun bijdragen zelf niet hebben onderzocht.
De volgende afbeelding toont enkele voorbeelden van bronbeveiliging in populaire Duitstalige kranten. Naast de afkortingen van het bureau vinden we de initialen van redacteurs die het respectievelijke beoordelingsrapport hebben bewerkt.
News agencies as sources in newspaper articles
Bijdragen van bureaus worden integraal geëxploiteerd zonder deze te labelen of ze worden gedeeltelijk herschreven om ze als een redactionele bijdrage te laten verschijnen. Bovendien is het een praktijk om agent meldingen met weinig moeite te ‘opfrissen’: zo worden niet-gepubliceerde agentuur rapporten verrijkt met afbeeldingen en grafische afbeeldingen en gepresenteerd als uitgebreide artikelen. ‘
De agentschappen spelen een prominente rol, niet alleen in de pers, maar ook in de private en publieke omroep. Dit wordt bevestigd door Volker Braeutigam, die tien jaar voor de Duitse staatszender ARD werkte en de machtspositie van deze instanties kritisch bezien:
Een fundamenteel probleem is dat de nieuwsredactie bij ARD zijn informatie voornamelijk uit drie bronnen haalt: de persbureaus DPA / AP, Reuters en AFP: één Duits / Amerikaans, één Brits en één Frans … De redacteur die aan een nieuwsonderwerp werkt, hoeft alleen selecteer een paar tekstpassages op het scherm die hij essentieel acht, herschik ze en lijm ze samen “
Ook Zwitserse radio en televisie (SRF) baseert zich grotendeels op rapporten van deze agentschappen. Gevraagd door kijkers waarom een vredesmars in Oekraïne niet werd gemeld, zeiden de redacteuren: “Tot op heden hebben we geen enkel verslag van deze mars ontvangen van de onafhankelijke agentschappen Reuters, AP en AFP.”
In feite zijn niet alleen de tekst, maar ook de afbeeldingen, geluids- en video-opnamen die we elke dag in onze media tegenkomen meestal van dezelfde agentschappen. Wat het oningewijde publiek zou zien als bijdragen van hun lokale krant of tv-station, zijn feitelijk gekopieerde rapporten uit New York, Londen en Parijs.
Sommige media zijn zelfs nog een stap verder gegaan en hebben bij gebrek aan middelen hun gehele buitenlandse redactie aan een bureau uitbesteed. Bovendien is het algemeen bekend dat veel nieuwsportals op het internet voornamelijk agentuurrapporten publiceren (zie bijvoorbeeld Paterson 2007, Johnston 2011, MacGregor 2013).
Uiteindelijk zorgt deze afhankelijkheid van de internationale agentschappen voor een opvallende overeenkomst in internationale rapportage: van Wenen tot Washington rapporteren onze media vaak dezelfde onderwerpen, waarbij veel van dezelfde zinnen worden gebruikt – een fenomeen dat anders eerder zou worden geassocieerd met » gecontroleerde media « In autoritaire staten.
De volgende afbeelding toont enkele voorbeelden uit Duitse en internationale publicaties. Zoals je kunt zien, sluipt er ondanks de geclaimde objectiviteit soms een lichte (geo-) politieke vooringenomenheid in.
“Poetin dreigt”, “Iran provoceert”, “Betrokken NAVO”, “Assad bolwerk”: overeenkomsten qua inhoud en bewoording als gevolg van rapporten van internationale persbureaus.
DE ROL VAN CORRESPONDENTEN
Veel van onze media hebben geen eigen buitenlandse correspondenten, dus ze hebben geen andere keus dan volledig afhankelijk te zijn van internationale agentschappen voor buitenlands nieuws. Maar hoe zit het met de grote dagbladen en tv-stations met hun eigen internationale correspondenten? In Duitstalige landen zijn dit bijvoorbeeld kranten zoals NZZ, FAZ, Sueddeutsche Zeitung, Welt en publieke omroepen.
Allereerst moet rekening worden gehouden met de verhoudingen: terwijl de internationale agentschappen wereldwijd duizenden werknemers hebben, heeft zelfs de Zwitserse krant NZZ, bekend om zijn internationale rapportage, slechts 35 buitenlandse correspondenten (inclusief hun zakelijke correspondenten) in dienst. In grote landen zoals China of India is slechts één correspondent gestationeerd; heel Zuid-Amerika is bedekt door slechts twee journalisten, terwijl in nog groter Afrika niemand permanent aanwezig is.
Bovendien gaan correspondenten er in oorlogsgebieden zelden op uit. Over de oorlog in Syrië bijvoorbeeld ‘hebben’ journalisten ‘gerapporteerd’ vanuit steden als Istanbul, Beiroet, Caïro of zelfs vanuit Cyprus. Bovendien missen veel journalisten de taalvaardigheden om lokale mensen en media te begrijpen.
Hoe weten correspondenten onder dergelijke omstandigheden wat het “nieuws” in hun regio van de wereld is? Het belangrijkste antwoord is nogmaals: van mondiale agentschappen. De correspondent in het Midden-Oosten, Joris Luyendijk, heeft op indrukwekkende wijze beschreven hoe correspondenten werken en hoe ze afhankelijk zijn van de wereldagentschappen in zijn boek People Like Us: het Midden-Oosten verkeerd voorstellen:
Ik had me voorgesteld dat correspondenten historici-van-het-moment waren. Wanneer er iets belangrijks gebeurde, zouden ze er achteraan gaan, uitvinden wat er aan de hand was en daarover verslag uitbrengen. Maar ik ben niet gegaan om uit te zoeken wat er aan de hand was; dat was al lang geleden gedaan. Ik ging langs om een verslag ter plaatse te presenteren.
De redactie in Nederland riep toen er iets gebeurde, ze faxen of mailden de persberichten, en ik vertelde ze opnieuw in mijn eigen woorden op de radio, of verwerkte ze in een artikel voor de krant. Dit was de reden dat mijn redacteuren het belangrijker vonden dat ik op de plek zelf kon worden bereikt dan dat ik wist wat er aan de hand was. De persbureaus hebben u genoeg informatie gegeven om u door elke crisis of topvergadering heen te kunnen schrijven of vertellen.
Daarom kom je vaak dezelfde afbeeldingen en verhalen tegen als je door een paar verschillende kranten bladert of op de nieuwskanalen klikt.
Onze mannen en vrouwen in de kantoren van Londen, Parijs, Berlijn en Washington – allen dachten dat verkeerde berichten het nieuws domineerden en dat we de normen van de persbureaus te slaafs volgden ….
Het algemene idee over correspondenten is dat ze ‘het verhaal hebben’ … maar de realiteit is dat het nieuws een transportband is in een broodfabriek. De correspondenten staan aan het einde van de lopende band, doen alsof ze dat witte brood zelf hebben gebakken, terwijl eigenlijk alles wat we hebben gedaan het in zijn verpakking stopt ….
Naderhand vroeg een vriend me hoe ik tijdens die gesprekken, elk uur en zonder enige aarzeling alle vragen had kunnen beantwoorden. Toen ik hem vertelde dat je, zoals op het tv-journaal, alle vragen van tevoren kende, kreeg hij per e-mail antwoord vol krachtsinspanningen. Mijn vriend had dat opnieuw beleefd, decennia lang was waar hij naar keek en naar luisterde op het nieuws puur theater.
Luyendjik 2009, p. 20-22, 76, 1
Met andere woorden, de typische correspondent is over het algemeen niet in staat om onafhankelijk onderzoek te doen, maar behandelt eerder en versterkt die onderwerpen die al zijn voorgeschreven door de persbureaus – het beruchte ‘mainstream-effect’.
Omwille van kostenbesparende redenen moeten veel mediakanalen tegenwoordig hun weinige buitenlandse correspondenten delen, en binnen individuele mediagroepen worden buitenlandse rapporten vaak gebruikt door verschillende publicaties, die geen enkele bijdrage leveren aan de rapportagediversiteit.
“WAT HET AGENTSCHAP NIET RAPPORTEERT, VINDT NIET PLAATS”
De centrale rol van persbureaus verklaart ook waarom, in geopolitieke conflicten, de meeste media dezelfde originele bronnen gebruiken. In de Syrische oorlog was bijvoorbeeld het “Syrian Observatory for Human Rights”, een dubieuze eenmansorganisatie gevestigd in Londen, prominent aanwezig. De media vroegen zelden naar dit “Observatorium”, omdat de operator in feite moeilijk te bereiken was, zelfs voor journalisten.
Integendeel, het “Observatorium” leverde zijn verhalen aan internationale bureaus, die ze vervolgens doorstuurden naar duizenden mediakanalen, die op hun beurt honderden miljoenen lezers en kijkers wereldwijd “informeerden”. De reden waarom de agentschappen, van alle plaatsen, verwezen naar dit vreemde “Observatorium” in hun rapportage – en die het echt financierden – is een vraag die zelden werd gesteld.
De voormalige hoofdredacteur van het Duitse persbureau DPA, Manfred Steffens, stelt daarom in zijn boek The Business of News:
Een nieuwsverhaal wordt niet juister, simpelweg omdat men er een bron voor kan bieden. Het is inderdaad nogal de vraag om een nieuwsverhaal meer te vertrouwen, alleen maar omdat er een bron wordt genoemd. () Achter het beschermende schild betekent zo’n ‘bron’ voor een nieuwsbericht, sommige mensen zijn nogal geneigd om nogal avontuurlijke dingen te verspreiden, zelfs als ze zelf legitieme twijfels hebben over hun juistheid; de verantwoordelijkheid, ten minste moreel gezien, kan altijd worden toegeschreven aan de genoemde bron. “ Steffens 1969, p.106
Afhankelijkheid van internationale agentschappen is ook een belangrijke reden waarom berichtgeving in de media over geopolitieke conflicten vaak oppervlakkig en grillig is, terwijl historische relaties en achtergrond versnipperd of totaal afwezig zijn. Zoals gesteld door Steffens:
Persbureaus ontvangen hun impulsen bijna uitsluitend van de actualiteit en zijn daarom door hun aard ahistorisch. Ze zijn terughoudend om meer context toe te voegen dan strikt noodzakelijk is. “
Ten slotte verklaart de dominantie van internationale agentschappen waarom bepaalde geopolitieke kwesties en gebeurtenissen – die vaak niet erg goed passen in het verhaal van de VS / NAVO of te “onbelangrijk” zijn – helemaal niet in onze media worden vermeld: als de agentschappen geen verslag uitbrengen op iets, dan zullen de meeste westerse media zich er niet van bewust zijn. Zoals gezegd ter gelegenheid van de 50e verjaardag van de Duitse gegevens beschermingsautoriteit:
Wat het bureau niet rapporteert, vindt niet plaats. ‘ Wilke 2000, p.1
“BEDENKELIJKE VERHALEN TOEVOEGEN”
Hoewel sommige onderwerpen helemaal niet in onze media verschijnen, zijn andere onderwerpen zeer prominent, hoewel ze eigenlijk niet zouden moeten zijn:
Vaak rapporteren de massamedia niet over de realiteit, maar over een geconstrueerde of geënsceneerde realiteit. () Verschillende studies hebben aangetoond dat de massamedia voornamelijk worden bepaald door PR-activiteiten en dat passieve, receptieve attitudes zwaarder wegen dan actief-onderzoekende. “ Blum 1995, blz. 16)
Vanwege de vrij lage journalistieke prestaties van onze media en hun grote afhankelijkheid van een paar persbureaus, kunnen geïnteresseerde partijen gemakkelijk propaganda en desinformatie verspreiden in een zogenaamd respectabel formaat voor een wereldwijd publiek. DPA-redacteur Steffens waarschuwde voor dit gevaar:
De kritische zin wordt meer gesust, des te meer wordt het persbureau of de krant gerespecteerd. Iemand die een twijfelachtig verhaal in de wereldpers wil introduceren, hoeft alleen maar te proberen zijn verhaal in een redelijk gerenommeerd bureau te plaatsen, om er zeker van te zijn dat het later in de andere verschijnt. Soms gebeurt het dat een hoax overgaat van agentschap naar bureau en steeds geloofwaardiger wordt. “
Noot: het bron artikel vermeld nog vele andere voorbeelden, tenslotte:
HET GEWENSTE NARRATIEF
Maar waarom proberen journalisten in onze media niet alleen te onderzoeken en te rapporteren onafhankelijk van de mondiale agentschappen en de Angelsaksische media? Midden-Oosten correspondent Luyendijk beschrijft zijn ervaringen:
Je zou kunnen voorstellen dat ik naar bronnen had moeten zoeken die ik kon vertrouwen. Ik heb het wel geprobeerd, maar wanneer ik een verhaal wilde schrijven zonder persbureaus, de belangrijkste Angelsaksische media of sprekende hoofden, viel het uiteen. () Het is duidelijk dat ik als correspondent heel verschillende verhalen over een en dezelfde situatie kon vertellen. Maar de media konden slechts één van hen presenteren, en vaak genoeg, dat was precies het verhaal dat het heersende beeld bevestigde. “ Luyendijk p.54ff
CONCLUSIE: DE “EERSTE WET VAN JOURNALISME”
Voormalig AP-journalist Herbert Altschull noemde het de eerste wet van de journalistiek:
In alle perssystemen zijn de nieuwsmedia instrumenten van degenen die politieke en economische macht uitoefenen. Kranten, tijdschriften, radio- en televisiestations handelen niet onafhankelijk, hoewel ze de mogelijkheid hebben om onafhankelijk van elkaar te oefenen. “
In die zin is het logisch dat onze traditionele media – die voornamelijk worden gefinancierd door reclame of de staat – de geopolitieke belangen van de transatlantische alliantie vertegenwoordigen, aangezien zowel de reclamebedrijven als de staten zelf afhankelijk zijn van de door de VS gedomineerde transatlantische economische en veiligheidsarchitectuur.
Bovendien zijn onze leidende media en hun belangrijkste mensen – in de geest van Chomsky’s ‘socialisatie’ – vaak zelf onderdeel van de netwerken van de transatlantische elite. Enkele van de belangrijkste instellingen in dit opzicht zijn de Amerikaanse Raad voor Buitenlandse Betrekkingen (CFR), de Bilderberg Groep en de Trilaterale Commissie (zie diepgaande studie van deze netwerken).
Inderdaad, de meeste bekende publicaties kunnen in feite worden gezien als ‘establishment media’. Dit komt omdat de vrijheid van de pers in het verleden nogal theoretisch was, gezien de aanzienlijke toetredingsbarrières zoals uitzendlicenties, frequentieslots, vereisten voor financiering en technische infrastructuur, beperkte verkoopkanalen, afhankelijkheid van advertenties en andere beperkingen.
Het was alleen dankzij internet dat de eerste wet van Altschull tot op zekere hoogte werd overtreden. Zo is de afgelopen jaren een hoogwaardige, door lezers gefinancierde journalistiek ontstaan, die vaak de traditionele media overtreft in termen van kritische rapportage. Sommige van deze “alternatieve” publicaties bereiken al een zeer groot publiek, wat aantoont dat de “massa” geen probleem hoeft te zijn voor de kwaliteit van een media-outlet.
Toch hebben de traditionele media tot nu toe een massieve meerderheid van online bezoekers kunnen aantrekken. Dit is op zijn beurt weer nauw verbonden met de verborgen rol van persbureaus, waarvan de meest recente rapporten de ruggengraat vormen van de meeste nieuwsportalen.
Zal “politieke en economische macht”, volgens de wet van Altschull, de controle houden over het nieuws, of zal “ongecontroleerd” nieuws de politieke en economische machtsstructuur veranderen? De komende jaren zullen laten zien.
Noot: Ben jij het niet met mij eens dat: De massa graag een rad voor de ogen gedraaid krijgt, te lui of geen enkele om zelf eens op zoek te gaan naar wat nieuwsfeiten. Eenmaal kennis genomen van alternatief nieuws ben je voor altijd verloren voor de MSM. – HM
Terje Maloy
Terje Maloy is een Noorse staatsburger met wortels ten noorden van de poolcirkel. Tegenwoordig brengt hij veel tijd door in Australië, waar hij in het familiebedrijf werkt. Hij heeft speciale belangen in vrijheid, mondiale rechtvaardigheid, imperialisme, geschiedenis, media-analyse en wat westerse regeringen echt van plan zijn. Hij heeft een blog, meestal in het Noors, maar af en toe in het Engels. Hij schrijft graag over algemene geopolitieke zaken, en in het bijzonder Noord-Europa, met perspectieven die anders nauwelijks in de dominante media worden genoemd (de meeste dingen die er echt toe doen).
The war on Yugoslavia in the 1990s essentially was about restructuring Southeast Europe after the end of the Cold War. To achieve this goal, the US even deployed the combatants with which it had previously fought the USSR in Afghanistan and which it would later call „Al Qaeda“.
The political and media propaganda regarding the war on Yugoslavia has been well researched. Interestingly, however, many media outlets and commentators are still trying to uphold the official narrative of the time, in contrast to the later war in Iraq, for example.
There may be various reasons for this. On the one hand, the propaganda in question dates back to the early days of the Internet and is therefore generally less well known to the public. On the other hand, the implications, notably for Europe, are particularly far-reaching in this case.
From today’s perspective, it is of course a trivial statement that most Western media outlets supported NATO’s war on Yugoslavia, but at the time even critics believed in a media „failure“, especially because the influence of foreign policy groups was not yet broadly known.
The following sections provide an overview of propaganda in the war on Yugoslavia as well as references to further literature and documentation. Please note that the analysis does not question any actual war crimes on any side of the conflict.
1. The Serbian »Death Camp« (1992)
One of the most notorious cases of propaganda in the Yugoslavia war is the alleged Serbian death camp of Trnopolje in Bosnia. The story began in August 1992, when three British journalists visited a refugee camp whose inmates stressed that they were being treated very well (see video below).
The journalists, however, went to a fenced off storage area right next to the refugee camp and filmed the men through a barbed wire fence, making it appear as if the men were imprisoned, which in fact they were not (see site map below). The journalists then asked a man emaciated from illness or war-related malnutrition to take off his T-shirt.
The resulting photograph – carefully cut to size – landed on the front pages of most Western media as „proof“ of Serbian „death camps“, which in turn served as justification for NATO’s subsequent intervention in Bosnia, starting with a no-fly zone.
The Trnopolje death camp deception was exposed by a German journalist in 1997. A British magazine that republished his article got sued by the three British journalists for libel and eventually lost the case because it couldn’t prove their intent.
The head of an American PR agency that had spread the false death camp reports later explained: „We are professionals. We had a job to do and we did it. We are not paid to be moral.“
TV screenshot, press headlines and site map of the Trnopolje refugee camp
2. The Sarajevo Marketplace Massacres (1992-1995)
Another well-known case of propaganda concerns the the so-called marketplace massacres in Sarajevo, in particular the so-called bread line massacre of May 1992 and the two so-called Markale massacres of February 1994 and August 1995.
These massacres took place by grenade fire or bomb explosions and often happened shortly before important political consultations at the UN or EU. They ultimately led to a direct military intervention by NATO – the first in its history – and thus to a turnaround in the Bosnian war.
In the cases mentioned above as well as some others, investigations by officers of the UN Protection Mission came to the conclusion that these massacres had probably been perpetrated by the Bosnian side on its own population (so-called false flag attacks).
The relevant UN reports, however, were kept secret. Instead, American media — especially CNN — and the US government usually claimed within a few hours that the respective attack had presumably been carried out by the Serbian side.
In the following you will find the most important articles from that time by journalists who were able to study the unpublished UN reports or talk to officials involved in writing them:
Twenty years later, the Bosnian Markale massacres of 1994/95 were recalled when poison gas attacks during the Syrian war turned out to be staged and the results of UN and OPCW investigations were again suppressed to justify military strikes by NATO countries.
The „Genocide of Srebrenica“ in July 1995 is regarded as the sad climax of the Bosnian war. According to Western sources, more than 8000 Bosnian civilians were killed.
In this case too, however, the actual evidence points to a more complex situation and a somewhat different context. Even Phillip Corwin, the highest ranking civilian UN representative in Bosnia during the war, rejected the official Western account of events in Srebrenica.
The late political scientist Edward S. Herman and the former CIA officer Robert Baer, who was operating in Yugoslavia during the war, even spoke of a „fraud“ in this regard.
For further details, please refer to the following articles and documentaries:
In general, even events with very high reported victim numbers must sometimes be critically examined. This was shown, for example, by the „Timisoara Massacre“ of 1989 with allegedly 4630 dead, which later turned out to be a psychological operation to launch the Romanian revolution.
Srebrenica: A Town Betrayed (Norwegian documentary, 60m, 2010, Wikipedia)
4. Kosovo: »Operation Horseshoe«, Račak and Rogovo, and more (1999)
After the separation of Slovenia, Croatia and Bosnia from Yugoslavia, the US and NATO started another war in 1999 against the remainder of Yugoslavia to additionally separate the province of Kosovo from Serbia. This war again had to be justified by propaganda and disinformation.
In particular, politicians and the media mentioned alleged expulsion plans, concentration camps and massacres, which later turned out to be invented or questionable. Examples include the alleged „Operation Horseshoe“ (to expulse Albanians) and the incidents at Račak and Rogovo.
In the case of Račak, for instance, Finnish forensic experts concluded that the bodies of KLA figthers killed in action had been moved, redressed, and presented as civilian victims of an execution.
The head of an American public relations agency that had spread such dubious stories about the situation in Kosovo later stated in an interview: „To be honest, when NATO finally attacked in 1999, we opened a bottle of champagne.“
For further details, the German documentary „It Began with a Lie“ from 2001 will be shown below (English subtitles available). The documentary shows how Western politicians and military men deliberately published false information in order to legitimize the war.
See also:
Meet Mr. Massacre (Mark Ames and Matt Taibbi, The Exile, 2000, archived)